In gesprek in mijn praktijk
maart 1, 2022 Door Mirella Brok 0

De mens in mijn praktijjk

Waarom zou ik mezelf zijn in mijn praktijk?

Als mens en als professional vind ik het belangrijk om in relatietherapie aandacht te schenken aan het betrokken gesprek. Ik leer mijn cliënten hoe zij een betrokken gesprek aan kunnen gaan. Ten eerste door technieken zoals kennisoverdracht, oefeningen en interventies. Ten tweede door zelf als mens achter de therapeut aanwezig te zijn in mijn praktijk. Waarom is dat laatste belangrijk? Daarover reflecteer ik in dit artikel.

Het betrokken gesprek in de praktijk van de contextueel psycholoog

Het aangaan van gesprekken verandert steeds mijn levenshouding, vergroot mijn geluk en verbetert mijn relaties. Voorbijgangers, blijvers, schrijvers, theater- en televisiemakers, trainers, denkers en doeners inspireren mij steeds weer gesprekken aan te gaan. De levenskunst van het gesprek schittert steeds meer in mijn leven. Als mens en als professional vind ik het belangrijk om in relatietherapie aandacht te schenken aan de betrokken gesprek.

Het begin in mijn praktijjk

Ik leer mijn cliënten allereerst hoe zij een betrokken gesprek aan kunnen gaan, door middel van kennisoverdracht, oefeningen en interventies. Minstens zo belangrijk is als mens en professional een relatie met mijn cliënten aan te gaan. Want als mensen doen in meerdere relaties wat zij in relaties doen, dan zullen zij dat vast ook bij mij doen. Verandering in mijn relatie, zal een verandering in andere relaties kunnen veroorzaken.

Dus wanneer cliënten met mij een betrokken gesprek voeren, dan kunnen zij in hun eigen context een betrokken gesprek voeren. De oefening met mij dient dan wel echt te zijn. Ik dien dus echt te aanwezig te zijn.

Het betrokken gesprek

Met het betrokken gesprek bedoel ik niet het gebruik van communicatieregels. Hoewel communicatiemodellen en zelfs trucjes helpend kunnen zijn om met elkaar te spreken. Van groot belang is de basishouding in de therapeutische relatie bij het betrokken gesprek.

Het is de houding van gelijkwaardig anders zijn. Voor een betrokken gesprek zijn alle gesprekspartners autonoom zichzelf en verbonden met elkaar door hun relatie. Het is “uniek samen zijn” of “intieme autonomie” in een gesprek.

Geen beïnvloeding

Er zijn verschillende stromingen binnen de psychologie met ieder een eigen kijk op gespreksvoering. Ook zijn er verschillende ideeën over de ‘aanwezigheid’ van de psycholoog tijdens die gesprekken. Hoe persoonlijk ‘mag’ een psycholoog zijn in een gesprek?

Soms krijg ik buikpijn van de ‘regels’ die er zijn over gespreksvoering. Wat ‘mag’ ik wel en wat ‘mag’ ik niet doen om geen negatief oordeel te krijgen van collega’s of cliënten? Ik wil liever niet beoordeeld of erger, veroordeeld worden. Tegelijkertijd vind ik het helpend om hierover in gesprek te zijn. Zowel met mijzelf, als met mijn collega’s en cliënten. Het liefste voer ik een doorgaand gesprek.

Waarom niet menselijk zijn in mijn praktijk?

Ik heb goede redenen om niet persoonlijk aanwezig te zijn in de cliënt hulpverlener relatie. Zoals hierboven al een beetje doorschemerde is de belangrijkste reden gebaseerd op een angst voor afkeuring. Afkeur van mensen die vinden dat de hulpverlener een spiegel is die enkel de cliënt projecteert.

De angst voor afkeur verandert wanneer ik de klemtoon verander. Van cliënt hulpverlener relatie naar cliënt hulpverlener relatie. In de relatie zijn we namelijk allebei verantwoordelijk. Allebei kwetsbaar én samen krachtig.

Wanneer ik de klemtoon nog eens verander naar cliënt hulpverlener relatie, dan zijn we tijdelijk samen verantwoordelijk, kwetsbaar en krachtig. Tijdens dit proces zoeken we naar een gedeelde verantwoordelijkheid en kracht van mijn cliënt en diens relaties in diens context. Zolang ik dus acties onderneem om de relaties in de context te verbeteren, mag ik dat doen als mens, vind ik.

Dus; waarom ben ik mijzelf in mijn praktijk?

In de tekst hierboven heb ik de goede redenen die ik kon bedenken om enkel een spiegel te zijn om zeep geholpen. Hieronder heb ik veel meer redenen om als mens aanwezig te zijn.

Twee grote denkers en voorbeelden voor mij zijn Buber en Roger. Zij verschillen met elkaar van mening. Het lijkt geoorloofd dat ik respectvol van mening verschil met sommige collega’s en cliënten. Dat is een mooi voorbeeld van autonoom verschillend zijn.

Ik doe in de relatie met de cliënt zoals ik adviseer om te doen in de context. ‘Doen’ helpt een leerproces meer dan alleen ‘vertellen’. Daarbij is de relatie tussen mijn cliënt en mij dus helpend in het proces.

Als mezelf aanwezig zijn, maakt mijn werk leuker en beter. Ik vind het namelijk veel leuker om mens te zijn dan een spiegel te zijn. Als ouderwetse spiegel psycholoog voel ik me geen mens maar een voorwerp. Dat werkt niet lekker. Daardoor werkt het voor mij niet goed.

Wil je samen werken in mijn praktijk?

Lijkt het je wat om met mij in gesprek te gaan over jezelf? Dan kun je eens een gesprek met mij plannen. Je bent welkom om contact met me op te nemen.

Bronnen

Hartelijk dank, generaties psychologen die mij voorgingen in het filosoferen over en het beoefenen van aanwezigheid in het gesprek. Van jullie leerde ik veel over overdracht, tegenoverdracht, het nut van leertherapie, intervisie en supervisie.

Door het leven heen ben ik in het thema gesprek zeer geïnspireerd door Maria Leeflang, Socrates, Martin Buber, Carl Rogers en Ivan Nagy. Hun invloed heeft zich zo vermengt met mijn kijk op dit thema dat ik hen met naam wilde noemen.

Friedman, M., Gesprek tussen Martin Buber en Carl Rogers. Ontleend via de opleiding Leren over Leven, te Antwerpen.

Krasner, B., Van monoloog naar gesprek. Ontleend via de opleiding Leren over Leven, te Antwerpen.

Michielsen, M., Zelfonthulling van de therapeut. Ontleend via de opleiding Leren over Leven, te Antwerpen.

Michielsen, M., Mulligen, W. van en Hermkens, L. (2010) Leren over leven in loyaliteit. Over contextuele hulpverlening. Leuven en Den Haag: Acco.

Mierlo, F. van, De therapeutische relatie. Ontleend via de opleiding Leren over Leven, te Antwerpen.

Nagy, I.B. en Krasner, B.R. (1994) Tussen geven en nemen – Over contextuele therapie. Haarlem: Uitgeverij De Toorts.